Nieuwe methode voor de bepaling van vitamine B9

Ons vitamine expert laboratorium Mérieux NutriScience heeft een nieuwe methode gelanceerd voor de bepaling van vitamine B9. De nieuwe methode voor de bepaling van vitamine B9 is een aanvulling op de methode die op heden is toegepast voor de bepaling van foliumzuur.
 
De nieuwe testmethode kwantificeert door LC/MS-MS technologie, de verschillende folaten van vitamine B9 die voorkomen in voedsel; het rapporteert de individuele niveaus van foliumzuur en folaten, evenals de totale som uitgedrukt in de vorm van vitamine B9. Het is een methode die vooral geschikt is voor voedingsmatrices met grote hoeveelheden natuurlijke folaten, zoals bepaalde groenten, peulvruchten en lever.

Deze nieuwe studie die wij aanbieden is het resultaat van validatie werk welke een paar maanden geleden gestart is met de deelname van ons laboratorium in de “Collaborative Studie van AOAC First Actie 2011.06 voor de analyse van totaal folaten in zuigelingenvoeding en volwassen Nutritional Monsters middels LC -MS / MS. ”

Deze studie is alleen open voor gespecialiseerde laboratoria die voldoen aan de testcriteria en is ontworpen om een ​​volledige validatie van de methode uit te voeren voor de erkenning als een internationale standaard. Onze deelname aan deze oefening resulteerde in uitstekende resultaten, waarmee de nauwkeurigheid en nauwkeurigheid van de resultaten in ons laboratorium werden bevestigd.

Nieuwe norm legionellatelling in water

Met ingang van 1 januari 2019 treedt in Nederland de nieuwe norm ‘NEN-EN-ISO 11731:2017 Water – Telling van Legionella’ voor de bepaling legionellabacteriën in werking. Deze nieuwe norm vervangt de norm ‘NEN 6265:2007’

Nederlandse laboratoria die legionellaonderzoek uitvoeren, moeten dan een accreditatie hebben waarbij zij hebben aangetoond bij de Raad voor Accreditatie dat zij de nieuwe kweekmethode(n) en vereiste handelingen kunnen uitvoeren.

Een internationale norm:
Er is al lang een wens om internationaal één norm te hanteren bij de telling van legionellabacteriën in water. Het is belangrijk om onderzoeksresultaten zowel nationaal als internationaal met elkaar te kunnen vergelijken. Daarnaast ontstonden er soms verschillen in uitkomsten als er onderzocht werd door verschillende laboratoria. Door deze nieuwe norm zullen deze verschillen niet meer ontstaan. De nieuwe norm is een compromis tussen de methodes van verschillende landen. Er staan meerdere kweekmethoden in. Een laboratorium hoeft die niet allemaal te kunnen hanteren. In Nederland gaan we naar verwachting 3 methodes gebruiken.

De Nederlandse inbreng:
Een aantal Nederlandse laboratoria heeft meegewerkt aan de validatie van de onderzoeksmethodes voor de nieuwe norm. De kennis die Nederland heeft opgebouwd, na het aanscherpen van de regels door de legionellaramp in Bovenkarspel in 1999, is hiervoor gebruikt.

De belangrijkste verschillen voor Nederlandse laboratoria en monsternemers:

• Er moet meer water per test genomen worden. Er gaat nu 250 ml over het filter, dit wordt 500 ml water. Grotere monsterflessen zijn het gevolg. Monsternemers moeten straks twee keer zoveel volume meenemen.

• Inzetten binnen 48 uur. Dit is een voordeel t.o.v. de bestaande methode van 24 uur. Tussen de monsternametijd en het in de stoof zetten van het monster mag nu 48 uur zitten.

• Zuurbehandeling is een verplichte stap. Na de filtratiestap krijgt het watermonster drie vergelijkingsvarianten in plaats van twee: onbehandeld, waterbadbehandeling en een zuurbehandeling. Dat gebeurt voordat de bacteriën op de platen komen. Voor het laboratorium is dit een bewerkelijke stap die gevolgen zal hebben voor het maximale aantal monsters dat een analist per uur kan behandelen.

• Minder platen. Dit geldt alleen voor het drinkwater legionellaonderzoek. Bij onderzoek legionella in drinkwater hoeft het watermonster op 1 tot 2 platen minder te worden aangebracht. Voor koeltorenwater en proceswater geldt juist dat er 3 tot 4 extra platen nodig zijn ten opzichte van de huidige methode.

• Een tussenbeoordeling is vereist. Dit is een soort screening om te kijken of er heel veel stoorflora op de plaat zitten. Het laboratorium kan kiezen of dat na dag 2, 3 of 4 gebeurt. Dit is een extra handeling ten opzichte van de huidige methode. De platen worden hiervoor uit de stoof gehaald, gescreend en weer teruggeplaatst. Tellen hoeft niet, maar er moet wel worden beoordeeld of er andere bacteriën op de plaat zitten die kunnen voorkomen dat we na zeven dagen legionellabacteriën kunnen vaststellen. Dit kost dus ook extra arbeidstijd ten opzichte van de huidige methode.

Indien u meer informatie wenst over deze methode aanpassing, neem dan contact op met uw accountmanager.

BPA-regels in de Europese Unie zijn nu van kracht; limiet is nu 12 maal strenger

Nieuwe regels die de beperkingen op het gebruik van bisfenol A (BPA) in materialen voor contact met levensmiddelen in de Europese Unie aanscherpen, zijn in werking getreden in september 2018.

De verordening verlaagt de specifieke migratielimiet (SML), de hoeveelheid van de stof die kan migreren van voedselcontactmaterialen (FCM’s) naar het voedsel, van 0,6 mg BPA per kg voedsel tot 0,05 mg / kg. Deze migratielimiet is twaalfvoudig strenger geworden.

Het verbiedt het gebruik van BPA in polycarbonaat drinkbekers of -flessen voor zuigelingen en peuters, tot drie jaar oud en geldt ook voor vernissen en coatings. Artikelen die vóór 6 september op de markt zijn gebracht, kunnen blijven totdat de voorraad op is. BPA was medio 2011 verboden in zuigflessen van polycarbonaat.

De Europese Commissie vermeed een volledig verbod, omdat zij stelt dat er onvoldoende informatie beschikbaar was over alternatieve stoffen ter vervanging van BPA. Tot op heden is beperkte informatie beschikbaar, waardoor de beoordeling van de veiligheid van alternatieven onvoldoende kan worden uitgevoerd.

De chemische stof wordt grotendeels gebruikt voor de productie van harde, duurzame kunststoffen inclusief polycarbonaat. Voor toepassingen waarbij contact met voedingsmiddelen wordt gemaakt, zoals waterdispensers, vormapparatuur en sommige herbruikbare drank- of voedselverpakkingen. Het wordt ook toegepast bij de vervaardiging van epoxyharsen en in coatings die worden gebruikt voor het bekleden van voedsel- en drankblikjes. Cijfers begin dit jaar schatten dat BPA-gebaseerde coatings worden gebruikt in ongeveer 80 procent van metalen blikken.

Denemarken en België hebben een verbod op BPA in materialen voor contact met levensmiddelen voor zuigelingen en jonge kinderen; Zweden verbood het in coatings en vernissen in FCM’s voor zuigelingen en peuters; en Frankrijk verbood de chemische stof in alle FCM’s (behalve industriële apparatuur zoals pijpen en tanks) in januari 2015.

De Europese Commissie geeft aan dat verschillen tussen nationale wetgevingen van invloed zijn op de werking van de interne markt voor FCM’s en uitdagingen vormen voor exporteurs uit derde landen.

In 2015 concludeerde een advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) dat BPA geen gezondheidsrisico vormt voor consumenten van welke leeftijdsgroep dan ook, betreffende de huidige niveaus van blootstelling aan voeding. Het bureau stelde een tijdelijk aanvaardbare dagelijkse inname van 4 microgram per kg lichaamsgewicht in.

EFSA’s panel voor voedselcontactmaterialen, enzymen en verwerkingshulpmiddelen herbeoordeelt de potentiële gevaren van BPA in voedsel en evalueert dit tijdelijke veilige niveau met de resultaten van de beoordeling die in 2020 wordt verwacht.

De EFSA verzamelt gegevens voor de gevarenbeoordeling tot uiterlijk 15 oktober 2018. Alle relevante nieuwe onderzoeken en gegevens over de stof die sinds 31 december 2012 zijn gepubliceerd, kunnen bij het agentschap worden ingediend voor mogelijke opname in de BPA-beoordeling.

De beoordeling omvat ook de resultaten van het Amerikaanse Consortium Academische en Regulatoire Insights inzake BPA-toxiciteit (CLARITY-BPA) -project van het National Institute of Environmental Health Sciences (NIEHS) en de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA).

Een eerder dit jaar gepubliceerd conceptrapport werd door de FDA gebruikt om te concluderen dat BPA veilig is voor momenteel toegelaten toepassingen in flessen en overige verpakkingen. Echter, een ander deel van het werk wordt deze maand verwacht en een rapport met de integratie van de bevindingen van beide is gepland voor 2019.

Food Safety News

Training “basis Microbiologie, Monstername en Hygiëne”

Micro-organismen kunnen uw productieproces lelijk verstoren. Wat zijn micro-organismen? Waar komen ze voor? En hoe kunt u ze beheersen? Schrijf u nu in voor de training: “basis Microbiologie, Monstername en Hygiëne” te Ede. Wees er snel bij want “Vol = Vol”. Per dag kunnen zich 30 deelnemers aanmelden. 

U kunt zich hier inschrijven voor de volgende dagen:

donderdag 15 november om 11.00

of voor

donderdag 22 november om 11.00   

Omschrijving Training

Wat hebben Flemming, Van Leeuwenhoek en Darwin met elkaar gemeen? Dit ontdekt u in onze nieuwste training “basis Microbiologie, Monstername en Hygiëne”. In de training krijgt u inzicht in de verschillen tussen bacteriën, gisten en schimmels. We laten u zien wat de levensvoorwaarden van micro organismen zijn en hoe u daarop kunt sturen. Of het nu gaat om regelgeving of persoonlijke hygiëne?

Hoe neem je op een aseptische, eenduidige wijze monsters van food, feed en oppervlakten? Immers, het verkrijgen van een betrouwbaar analyseresultaat begint bij een correcte wijze van bemonstering. De training geeft antwoord op vragen over de juiste bemonstering, verpakkingsmateriaal, bewaring en transport.

  • U krijgt kennis op basisniveau microbiologie
  • U verandert hygiëne en gedrag op basis van de verkregen kennis en eigen motivatie
  • U vergroot de kennis op het gebied van monstername
  • U heeft inzicht in hoe u levensvoorwaarden van micro organismen kunt beheersen
  • U ontvangt na afloop een certificaat en naslagwerk

Doelgroep
U werkt in de levensmiddelenbranche en bent werkzaam als operator of bij QA.

Aanpak 
De training bestaat uit een presentatie, praktische monstername technieken, hygiëne test en een rondleiding op ons laboratorium. Tevens is er de mogelijkheid om kennis en ervaring uit te wisselen.

Agenda
11.00 – 12.00 uur theorie
12.00 – 13.00 uur lunch
13.00 – 14.00 uur praktijk
14.00 – 15.00 uur rondleiding lab

va. 15.00 uur afsluiting met hapje en drankje

Locatie: Ondernemerscentrum Bouwstede B.V., Galvanistraat 1, 6716 AE Ede

Kosten: 95,- euro (u ontvangt een factuur)

 

Procesvalidatie op voedselveiligheid is een noodzaak.

Voor producenten is het zaak om hun producten en productieprocessen te onderwerpen aan grondig wetenschappelijk onderzoek om de veiligheid ervan te kunnen garanderen. Met goed validatieonderzoek, dat de veiligheid en de effectiviteit van uw processen aantoont, minimaliseert u het risico op contaminanten en ziekteverwekkers.

De procesvalidaties van Mérieux NutriSciences staan wereldwijd bekend om hun grote mate van detail. Onze experts leveren precies die gegevens die u nodig heeft om gefundeerde besluiten te nemen over voedselveiligheidskwesties. Ze voorzien u van bruikbare gegevens om de effectiviteit van uw processen te controleren en de veiligheid van uw eindproducten te garanderen:

  • validatie van thermische en niet-thermische processen
  • validatieonderzoek apparatuur
  • validatieonderzoek in de fabriek
  • evaluaties van nieuwe procestechnieken

    Onze onderzoekers houden zich aan de in de sector erkende protocollen en zetten hun grote specialistische kennis in voor elk validatieonderzoek. Ons onderzoeksteam houdt u tijdens het hele project op de hoogte en betrekt u bij elke fase van het op maat gemaakte onderzoek.

Met onze validatieonderzoeken krijgt u onafhankelijke, onbevooroordeelde evaluaties waarmee u gefundeerde beslissingen kunt nemen:

  • voldoen aan de wettelijke eisen en de eisen van afnemers om bewijs te leveren van de werkzaamheid van een conserveermiddel in uw product
  • microbiële logreducties vastleggen
  • optimale kooktijden en -temperaturen vaststellen
  • een ingrediënt vervangen op grond van kosten, beschikbaarheid of technische beperkingen
  • de integratie van innovatieve ideeën vereenvoudigen

    Neem contact op met uw accountmanager om onze mogelijkheden voor onderzoek op maat met u door te nemen.

 

Trendanalyses volgens infoblad 85

Tijd is een schaars goed in het leven van de kwaliteitsmanager. Daarom willen wij u zo veel mogelijk ontzorgen met de mogelijkheden en kennis die wij u kunnen bieden.

Volgens artikel 9 van EU Verordening 2073 zijn voedsel producenten verplicht om trendanalyses te maken van hun analyseresultaten. Met de invoering van het nieuwe Infoblad 85 besteedt de NVWA hier nu ook meer aandacht aan.

Maar hoe gaat u dit aanpakken? Want al snel merkt u dat het best ingewikkeld kan zijn en erg veel tijd kost. Zeker als u geen expert bent op het gebied van Excel.

Merieux NutriSciences heeft een format ontwikkeld waarmee wij voor u geheel gebaseerd op uw wensen trendanalyses kunnen maken die voldoen aan de eisen van Infoblad 85 en daarmee aan de eisen van de NVWA.

Wij helpen u hier graag mee. Neem contact op voor de mogelijkheden.

 

 

OMGEVINGMONITORING: DE NIEUWE ” MUST HAVE ”

Het beschermen van het voedsel dat we eten is de topprioriteit voor de voedingsindustrie. Een van de belangrijkste redenen voor het terughalen van producten is de besmetting door pathogenen in de verwerkingsomgeving.

Dit is de reden waarom een ​​uitgebreide risicobeoordeling moet zijn uitgevoerd door het levensmiddelenbedrijf om een Environmental Monitoring Program (EMP) te ontwikkelen door een ervaren specialist.

Het doel van een EMP  is om een ​​” seek and destroy”-benadering te implementeren.

  • Zoeken : diep in de apparatuur graven, vaak met zorgvuldige demontage van de apparatuur en bemonstering.
  • Bestrijden : de oorzaak van de besmetting vinden en het probleem permanent oplossen.

    EMP’s zijn niet bedoeld als checklist, maar als een routekaart voor het beheersen van ziekteverwekkersin voedselproductielocaties. Een onderzoeksaanpak met een root oorzaakanalyse en corrigerende acties zijn de sleutelwoorden. EMP’s kunnen worden gebruikt om de effectiviteit van sanitaire voorzieningen te controleren, het beheersen van de omgeving op de aanwezigheid van tijdelijke ziekteverwekkers of om potentiële ”woon” en groei locaties te verkleinen in omgeving en/of apparatuur. Het dient op risico’s gebaseerd te zijn en tevens is het belangrijk om het te beschouwen als een ” win ” wanneer positieven worden gevonden in de omgeving!

    Wilt u meer weten over het opzetten van een EMP, contacteer onze accountmanager of  download ons e-book.

Meike te Giffel benoemd tot Managing Director Mérieux NutriSciences in Nederland

Meike te Giffel zal per 1 september de functie invullen van Managing Director van Mérieux NutriSciences in Nederland.

Na haar opleiding levensmiddelentechnologie is Meike gepromoveerd in de levensmiddelenmicrobiologie aan de Wageningen Universiteit. Zij brengt meer dan 20 jaar ervaring in voedselveiligheid en onderzoek op het gebied van voedingsmiddelen en gezondheid in verschillende functies bij NIZO food research.

Consumenten vertrouwen er op dat alles wat ze eten veilig en van goede kwaliteit is. Samenwerking in de keten bij implementatie van kwaliteitssystemen en uitvoeren van de juiste analyses op het juiste moment zijn cruciaal om voedselveiligheid en kwaliteit te kunnen garanderen.

Mérieux NutriSciences richt zich wereldwijd op ondersteunen van bedrijven bij kwaliteit en voedselveiligheid door het uitvoeren van analyses en advies. Daarnaast is Mérieux Nutrisciences actief op het gebied van water en milieu-analyses in verschillende takken van de industrie (agro-food, consumentenproducten, pharma en cosmetica).

In haar nieuwe functie zal Meike de Nederlandse organisatie leiden in de verdere ontwikkeling als partner voor de industrie op het gebied van voedselveiligheid en kwaliteit.

Residuele bepaling van koper-chlorofyl (E141i) en koper-chlorofylinen (E141ii)

Koper-chlorofyl – E141i (in vet oplosbaar) en koper-chlorofylinen – E141ii (in water oplosbaar) zijn van chlorofyl afgeleide kleurstoffen die in de voedingsmiddelenindustrie worden gebruikt om sommige voedingsproducten een groene kleur te geven.

In olijven en plantaardige oliën is volgens de Europese Commissie hun aanwezigheid niet toegestaan ​​als levensmiddelenadditieven in deze matrices (Reg. CE 1333/2005). Kijkende naar het productieproces van deze stoffen, dan zijn deze verbindingen afgeleid van niet-eetbare bronnen en kunnen dan ook als niet-natuurlijk worden beschouwd.

De EFSA is door de Europese Commissie verzocht om gegevens te verstrekken om hun veiligheid te kunnen beoordelen als additief in voedsel (2015-2016) maar er ontbreken nog adequate toxicologische gegevens. Koper-chlorofylen en -chlorofylinen kunnen beide door de mens worden opgenomen, maar de interactie met het menselijke metabolisme is nog niet duidelijk genoeg een ​​goede aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) te kunnen vaststellen. Bovendien zijn deze verbindingen zeer verschillend wat betreft zuiverheid, stabiliteit, chemische eigenschappen en productieproces, waardoor er meer toxicologische gegevens nodig zijn om hun mogelijke kankerverwekkende potentie en verdere genotoxische gegevens te kunnen evalueren.

Gezien het feit dat koper-chlorofylen en -chlorofylinen niet zijn toegestaan ​​in olijven en groente

oliën en de veiligheid nog niet is vastgesteld, heeft Mérieux NutriScience twee verschillende methoden ontwikkeld om de componenten verder te kunnen kwantificeren:

  • Koperchlorofylen in plantaardige oliën
  • Koperchlorofylinen in olijven en pekel

Wenst u meer informatie over deze methoden, neem dan contact op met uw accountmanager.

Voedselallergieën: een toenemend fenomeen

Voedselallergieën zijn een steeds groter wordend pathologisch fenomeen als gevolg van de complexiteit van industriële processen en kruisbesmetting in fabrieken die meerdere producten verwerken. Allergenen die niet op het etiket worden vermeld, zijn de hoofdoorzaken van recalls en in sommige regio’s zijn er meer recalls door allergenen dan door de aanwezigheid van pathogenen.

Uit gegevens die zijn ontleend aan ons Blue Paper-rapport blijkt dat in Europa, RASFF-waarschuwingen in 2017 een duidelijke toename laten zien van meldingen als gevolg van niet-aangegeven voedselallergenen.

Mérieux NutriScience biedt een compleet gamma aan analytische oplossingen voor de bepaling van voedselallergenen met RT-PCR- en ELISA-technieken, die geaccrediteerd en specifiek zijn voor een allergenenmatrix en -type. Bovendien heeft onze R & D afdeling onlangs een innovatieve LC-MS / MS-analyse ontwikkeld voor het gelijktijdige onderzoek van ei- en melkallergenen in bakkerijproducten met de multiscreening-aanpak.

Neem contact met ons op om het volledige scala aan diensten te ontdekken die specifiek zijn gericht op het beheer van voedselallergenen zoals:

  • Toegewijde risicobeoordeling en advies
  • Geaccrediteerde RT-PCR en ELISA analytische oplossingen specifiek per allergeenmatrix en type
  • Monitoring van oppervlakken en lucht als mogelijke bronnen van kruisbesmetting binnen productielocaties
  • Ontwikkeling van op maat gemaakte projecten

Als u meer wilt weten, zie onze informatie op onze website of bel uw speciale klantenservice, die snel antwoord zal geven op al uw vragen