Nieuwe norm legionellatelling in water

Met ingang van 1 januari 2019 treedt in Nederland de nieuwe norm ‘NEN-EN-ISO 11731:2017 Water – Telling van Legionella’ voor de bepaling legionellabacteriën in werking. Deze nieuwe norm vervangt de norm ‘NEN 6265:2007’

Nederlandse laboratoria die legionellaonderzoek uitvoeren, moeten dan een accreditatie hebben waarbij zij hebben aangetoond bij de Raad voor Accreditatie dat zij de nieuwe kweekmethode(n) en vereiste handelingen kunnen uitvoeren.

Een internationale norm:
Er is al lang een wens om internationaal één norm te hanteren bij de telling van legionellabacteriën in water. Het is belangrijk om onderzoeksresultaten zowel nationaal als internationaal met elkaar te kunnen vergelijken. Daarnaast ontstonden er soms verschillen in uitkomsten als er onderzocht werd door verschillende laboratoria. Door deze nieuwe norm zullen deze verschillen niet meer ontstaan. De nieuwe norm is een compromis tussen de methodes van verschillende landen. Er staan meerdere kweekmethoden in. Een laboratorium hoeft die niet allemaal te kunnen hanteren. In Nederland gaan we naar verwachting 3 methodes gebruiken.

De Nederlandse inbreng:
Een aantal Nederlandse laboratoria heeft meegewerkt aan de validatie van de onderzoeksmethodes voor de nieuwe norm. De kennis die Nederland heeft opgebouwd, na het aanscherpen van de regels door de legionellaramp in Bovenkarspel in 1999, is hiervoor gebruikt.

De belangrijkste verschillen voor Nederlandse laboratoria en monsternemers:

• Er moet meer water per test genomen worden. Er gaat nu 250 ml over het filter, dit wordt 500 ml water. Grotere monsterflessen zijn het gevolg. Monsternemers moeten straks twee keer zoveel volume meenemen.

• Inzetten binnen 48 uur. Dit is een voordeel t.o.v. de bestaande methode van 24 uur. Tussen de monsternametijd en het in de stoof zetten van het monster mag nu 48 uur zitten.

• Zuurbehandeling is een verplichte stap. Na de filtratiestap krijgt het watermonster drie vergelijkingsvarianten in plaats van twee: onbehandeld, waterbadbehandeling en een zuurbehandeling. Dat gebeurt voordat de bacteriën op de platen komen. Voor het laboratorium is dit een bewerkelijke stap die gevolgen zal hebben voor het maximale aantal monsters dat een analist per uur kan behandelen.

• Minder platen. Dit geldt alleen voor het drinkwater legionellaonderzoek. Bij onderzoek legionella in drinkwater hoeft het watermonster op 1 tot 2 platen minder te worden aangebracht. Voor koeltorenwater en proceswater geldt juist dat er 3 tot 4 extra platen nodig zijn ten opzichte van de huidige methode.

• Een tussenbeoordeling is vereist. Dit is een soort screening om te kijken of er heel veel stoorflora op de plaat zitten. Het laboratorium kan kiezen of dat na dag 2, 3 of 4 gebeurt. Dit is een extra handeling ten opzichte van de huidige methode. De platen worden hiervoor uit de stoof gehaald, gescreend en weer teruggeplaatst. Tellen hoeft niet, maar er moet wel worden beoordeeld of er andere bacteriën op de plaat zitten die kunnen voorkomen dat we na zeven dagen legionellabacteriën kunnen vaststellen. Dit kost dus ook extra arbeidstijd ten opzichte van de huidige methode.

Indien u meer informatie wenst over deze methode aanpassing, neem dan contact op met uw accountmanager.